De Learning Experience van ambassadeur Bas

bas ickenroth

Bas Ickenroth is al jaren ambassadeur van de Socialrun. In maart ging hij samen met directeur Frank Bonekamp op een ‘Learning Experience’ naar Boekarest. En een learning experience werd het! Lees hier zijn reisverslag.

bas ickenroth
Bas (links) en Youri (rechts)

Waar te beginnen? Schrijven over een na enkele weken nog steeds nauwelijks te bevatten ervaring, terwijl de ratrace van het werk, het dagelijks leven, de zorgen van alledag het probeert over te nemen. Terwijl je juist dat ongrijpbare gevoel zo lang mogelijk vast tracht te houden.

Een Learning Experience noemt organisator en drijvende kracht Harry Gras het, en het is precies dat. Niet dat je exact kan zeggen wat je gaat leren; het is eenieders persoonlijke proces en ontwikkeling en interesse, met je eigen context als voornaamste referentiekader (lekker vaag, ik lijk wel een hulpverlener).

Dus zo togen elf prachtmensen met allerhande achtergronden voor een week naar Roemenië

Hulpverleners, mensen met lived experience (ja, Engelse term, maar een Nederlandse variant die hetzelfde zegt kon ik zo snel niet vinden), beleidsmakers. Zolang je maar bereid bent om jezelf een schop onder je kont te (laten) geven wat betreft het loslaten van oud en het openstaan voor nieuw, is de Learning Experience daar waar je moet zijn.

Voor mij persoonlijk begint het al met de vliegreis, want dat vliegen is er nog nooit van gekomen. De avond ervoor al aangekomen bij vriend Frank alias mister-Socialrun-die-altijd-AAN-staat, degene ook die me deze ervaring had aangeraden en aangeboden. Eeuwige dank Frank. Aangezien ik me had voorgenomen er alles uit te halen wat erin zat, ben ik er head-first ingedoken. Niet direct mijn natuur, als enigszins bedachtzame en introverte Limburger die niet graag in het middelpunt staat.

Maar als je wil leren dan moet je ervoor gaan. Openstellen

Tijdens de treinreis van vliegveld Boekarest naar Gare Du Nord (Boekarest is opvallend Frans georiënteerd) zien we velden en dorpjes, langs onderkomen gebouwen, en soms tentenkampen gemaakt van geïmproviseerde materialen, ergens tussen bomen en struiken. Het treinstation is half grandeur half vergane glorie, een observatie die ook na het station blijft terugkomen: de eerste aanblik na het station is een kruispunt met uitzicht op een ooit prachtig groots hotel, nu in vervallen staat.

Als we al wandelend vanuit ons hotel naar het centrum gaan, komt dit aanblik constant terug: leegstaande gebouwen in vervallen staat naast nieuwe projecten. Het blijkt dat na de val van het communisme van veel gebouwen niet bekend was wie nu eigenaar was; leegstand, geen onderhoud, steeds verdere afbrokkeling. Maar afgebroken wordt het niet, daar lijkt geen geld voor. Dat er wel geld is blijkt uit de vele nieuwbouw, de dure auto’s, en de vele hippe koffie- en eettentjes die het centrum van Boekarest rijk is.

De contrasten zijn groot: mooie jonge mensen komen al flanerend langs met een koffie to go in een smaak die ik me niet eens wil voorstellen (koffie is zwart), met tien meter verder armoede en dakloze mensen. Het komt hard binnen, de gebouwelijke en sociaal-maatschappelijke contrasten.

Het zal meespelen dat ons elftal met hetzelfde doel hier is, maar het openstellen gaat opvallend makkelijk

We gaan een prachtig klein kerkje binnen – net even dertig meter verwijderd van drukte – waarbij de samenloop van sfeer, integer geloof en schoonheid overweldigend samenkomt. Ik heb niets met religie, maar de beleving hier is tastbaar. Het is nog maar dag 1 en we zijn net uurtje in de stad.

De volgende dag is storytelling dag. De enige huiswerkopdracht: vertel een verhaal of presenteer iets over iemand die inspireert, of over jezelf. Als iemand die niet graag in het openbaar spreekt, niet graag in de belangstelling staat, net een somber jaar achter de rug heeft, zat ik er niet echt op te wachten.

Op een mooie plek in een park, in de zon, vertel ik over mijn voorgaande jaar en de aanloop daar naartoe. Een jaar waarin ik ging twijfelen en schuldig voelen over meerdere rollen in mijn leven. Hoe ik patronen absoluut wilde doorbreken, nu ik ze ten volle had erkend. Dat ik zelf therapie heb gehad. Dat het me geweldig geholpen heeft, en dat ik dankbaar ben voor het proces; een kloteproces maar broodnodig.

Het is gek, al jarenlang ben ik ambassadeur van de Socialrun en pleit ik voor openheid over mentale gezondheid, maar het zelf in de praktijk brengen? Ho maar

Ook nu dit zo hier op virtueel papier toevertrouwen voelt ongemakkelijk. Binnen ons elftal lukt het wonderwel goed. We vertellen allemaal ons eigen verhaal, en Youri – onze singer/songwriter turned hulpverlener – voelt de sfeer naadloos aan en zingt en speelt alsof het zo heeft moeten zijn. Voor mij speelt hij My Shit’s Fucked Up van Gareth Liddiard (zoek hem vooral even op Spotify) en dat past bijna pijnlijk goed. Ik hou sowieso niet van vrolijke muziek, dus dit is on the money zoals dat in goed Engels wordt genoemd.

Deze dag intens noemen is een understatement.

Dag drie begon relatief onschuldig: met de geweldige Nika richting Samusocial, waar Elena de leading lady is van een NGO om daklozen op te vangen. Maar NGO betekent Non Governmental Organisation, dus krijgen ze geen geld van de overheid. Fondsen en giften dus, en altijd te weinig. Elena is de directeur maar moet een andere baan aanhouden om betaald te krijgen, want geen eigen inkomsten.

Ze heeft €50.000 en daar moet ze enkele mensen een jaar lang van in dienst houden. Veel gebeurt op basis van vrijwilligheid. Te idioot voor woorden; hoewel ze later ook zegt dat sommige daklozen haar wel vertrouwen omdat ze niet door de overheid wordt betaald. De corruptie is groot.

Het bezoek aan een opvang voor ggz cliënten is bevrijdend luchtig; we krijgen voorlichting, we zingen en dansen. Het voelt goed

Als derde gaan we met een deel van de groep naar een woning waar een voormalig dakloos gezin gratis mag wonen. Het betreft een oude fabriekshal die de eigenaar van een voetbalclub in bezit heeft, en waar hij dakloze gezinnen met kinderen gratis laat wonen, inclusief energie en water.

Dat klinkt geweldig en dat is het ook, maar de realiteit is ook dat het jonge gezin met vijf kinderen tussen drie en tien jaar met elkaar wonen op een kamer van 22 vierkante meter; twee bankbedden met waarschijnlijk uitschuifbare matrassen, een wasmachine, een fornuis, een tv en een koelkast. Uitzicht op een industrieterrein met grote koelwatertorens. Water, douche en toilet zijn gemeenschappelijk, op een voor onze west-Europese ogen troosteloze gang. En zo zijn er meerdere verdiepingen; overal kinderen, gezinnen, armoede.

Moeilijk te verdragen; het lijkt mensonterend, maar de ouders en de kinderen zijn blij en gelukkig; het is zoveel beter dan wat ze hadden.

Het is prachtig en pijnlijk tegelijk. Ik weet niet wat ik moet voelen, maar ben diep geraakt

De hele terugrit heb ik een brok in mijn keel gehad, de tranen hoog. We sluiten de dag af in de Ierse Pub. Samen eten en drinken is bevrijdend, dus de spaghetti aglio e olio smaakte meer dan goed. De meerdere moscow mules ook.

Ik zou een half boek kunnen schrijven over een week. De navolgende dagen spreken we enorm inspirerende mensen die voor een habbekrats zulk liefdevol werk doen dat je van steen moet zijn om niet geraakt te worden. Als Monica vertelt over de dertig jaar dat ze haar werk doet en hoe haar teamleden vertellen dat ze blijven – ondanks de omstandigheden – omdat de sfeer zo liefdevol en mooi is, kun je niet anders dan slikken, en hopen dat je zelf een greintje van haar menszijn in je eigen werk kan stoppen.

Als je met Walli naar de erbarmelijke leefomstandigheden in het kwadraat van een Roma gemeenschap gaat kijken, kun je je maar moeilijk voorstellen dat we binnen de EU zulk soort ongelijkheid blijven toestaan. Walli moet in zijn eentje soms zulk troosteloos straatwerk doen dat het nauwelijks voor te stellen is dat hij nog niet is opgebrand. Tijd om te reflecteren heeft hij in zijn dagelijks werk nauwelijks; we staan met elkaar stil bij de situatie en we worden beiden geraakt door het gezamenlijke en gemeenschappelijke besef.

Het is makkelijk te vervallen in cynisme in een stad als Boekarest

De binnenstad is prachtig en absoluut een bezoek waard, ik zou zo terug gaan. De buitenwijken zijn troosteloze grijze gebouwen uit de Oostbloktijd die nauwelijks worden onderhouden. Een ritje in een Uber leert dat er vroeger minder vrijheid was, maar dat de leefomstandigheden voor een deel mensen zijn verslechterd en dat er nauwelijks meer onderhoud wordt gepleegd aan de gebouwen – en dat dat aspect vroeger anders was. De chauffeur is duidelijk gedesillusioneerd in de Roemeense samenleving en ziet weinig kansen op verbetering.

Toch zorgt Harry – en ook Nika, onze Roemeense “fixer” die zo lief en zorgzaam is dat je eigenlijk direct van hem gaat houden – ervoor dat we de mooie kanten blijven zien.

Op onze laatste dag in Boekarest gaan we naar Ian, de crazy Englishman die met zijn Casa Ioana zulk hartverwarmend werk doet met zijn opvang voor slachtoffers van huiselijk geweld.

Hoe hij uitgaat van de kracht van de mens is enorm inspirerend, en een les die ik direct in de praktijk zoveel mogelijk ga proberen te gebruiken

We zijn zo gewend om uit te gaan dat we als hulpverleners de dingen beter weten, we vullen teveel in voor de ander, we gaan uit van hulpeloosheid en gaan daarmee voorbij aan eigen kracht. Gewoon de simpele boodschap bij hem: je bent hier welkom voor een tijd, je maakt je eigen plan met je eigen doel, en wij gaan je erbij helpen maar we vullen het niet voor je in. En het lukt bijna altijd.

Het is veel, vijf dagen van deze intensiteit, vijf dagen van indruk op indruk op indruk. Gelukkig gaan we nog twee dagen naar Brasov, een stad in de Karpaten op dik twee uur rijden. Samen dingen laten bezinken. Of alleen, dat mag ook. Wandelen – wat we sowieso al vele kilometers hebben gedaan in Boekarest – en beschouwen. En lekker eten en drinken, want dat kun je in Roemenië meer dan goed. Mijn innerlijke Bourgondiër was in ieder geval makkelijk tevreden te stellen.

Ons elftal pakt zich de hele week al goed samen, de connecties zijn echt en oprecht

Met Frank smeed ik plannen – die man is een lopende ideeënmachine – waarvan ik nu hoop dat ik ze in kan gaan passen in mijn dagelijkse werk. Ik betrap me nu al erop dat dat denken in mogelijkheden dat in zo’n week zo makkelijk naar boven komt, nu weer ten onder dreigt te gaan aan de dagdagelijkse mallemolen in zorgland. Misschien waren het ook wel de lekkere biertjes en de gin-tonics die zorgden voor meer vrijheid in denken, maar het zou zonde zijn als ik er niks mee zou gaan doen. Wordt ergens vervolgd, zeg ik nu vastberaden.

Ik kan nog steeds niet zeggen wat ik exact heb geleerd, maar het heeft te maken met menselijkheid, compassie, activisme, liefdevol werken, zelfreflectie, gelijkwaardigheid.

Het heeft me verfrist en opgeschud, de Learning Experience

Om mijn vak als verpleegkundig specialist te mogen uitvoeren moet ik elke vijf jaar opnieuw geaccrediteerd worden, en moet ik veel bijscholingscursus halen. Dat een week zoals deze niet geaccrediteerd is, is eigenlijk absurd, want deze week heeft me meer bijgebracht dan 15 jaar aan officiële bijscholingen. Is verder ook niet erg want ik ben er hoe dan ook rijker van teruggekomen.

Dank Harry, dank Lisette, dank Frank, dank Adrie, dank Joep, dank Jordi, dank Marloes, dank Machteld, dank Ineke, dank Youri: jullie waren en zijn allemaal geweldig!

Oh ja, dit stuk heb ik geschreven met de playlist Muzica Bucuresti op de achtergrond, want in ons elftal zaten dus gewoon Ineke en Youri die een gelijkende muzieksmaak hadden; totaal onverwachte urenlange gesprekken over muziek (en custom made gitaarpedalen) waar anderen liever hard voor weglopen, het blijft geweldig. Onze bovenstaande gezamenlijke playlist kan op aanvraag worden gedeeld 🙂


Bas Ickenroth

Geschreven door:

Redactie

Gepubliceerd op:

12 april 2024

Deel: